Het Mirakel van Kopenhagen in 3 afleveringen (1)

Het fietsmirakel van Kopenhagen is overroepen. In drie bijdragen wordt achtereenvolgens de kwaliteit van de fietsinfrastructuur bekeken in Kopenhagen, hoe het mirakel mee te verklaren is en tenslotte wat we in België nog kunnen leren van de Denen.

  1. De ontnuchtering

Als zelfverklaarde expert in fietsmobiliteit moet ik iets bekennen: tot voor kort was ik nog nooit in Kopenhagen, de fietshoofdstad van de wereld, geroemd om zijn brede fietspaden, waar 60% van de verplaatsingen per fiets verloopt en waar een heuse fietsambassade delegaties fietsdiscipelen uit de hele wereld ontvangt om hen kennis te laten maken met het Deense mirakel.

Toen ik dus de kans kreeg om een groep provincieraadsleden te vergezellen op een studiereis naar Kopenhagen, heb ik die niet laten liggen. Dat leidt tot een tweede bekentenis: ik was helemaal niet onder de indruk van de fietsinfrastructuur in de fietshoofdstad. Meer nog, toen ik voorzichtig suggereerde aan een van mijn reisgenoten dat ik misschien ietsje meer had verwacht, gaf de man opgelucht toe dat hij net hetzelfde dacht. Die scepsis werd later beaamd door een bekende Vlaamse mobiliteitsdenker. Ik sta dus niet alleen met mijn onkuise gedachten.

Akkoord, langs veel van de brede lanen van de 19deeeuwse gordel van Kopenhagen, liggen enkelrichtingsfietspaden van 2 à 3 m breed. In smallere straten is soms de moedige beslissing genomen voor auto’s slechts éénrichtingsverkeer toe te laten, om plaats te maken voor brede fietspaden. De man van de fietsambassade loodste ons mee naar enkele mooie fietsbruggen en liet ons de indrukwekkende stadsuitbreidingen zien die gebouwd worden rond assen van fietsroutes en openbaar vervoer. Drempels en goten zijn opgevuld met asfalt om het fietscomfort te verbeteren, lelijk maar efficiënt. Dat laatste is misschien de beste omschrijving voor het geheel van de fietspaden in het stadscentrum. Op grote kruispunten monden de fietspaden dan weer uit in een niemandsland, waar fietsen en gemotoriseerd verkeer hun weg maar moeten banen naar de overkant. Assertief snelle fietsers schromen niet hun bel te gebruiken of hun stem te verheffen tegen auto’s, maar ook tegen de jonge moeder, die met een kind in haar bakfiets wat trager rijdt. Het fietsparkeren doet mij terugdenken aan mijn studententijd in Gent in de jaren 1980: massa’s fietsen tegen de muur gesmeten. De fietsenstalling aan het centraal station in Kopenhagen is een fietshoofdstad onwaardig.

Nee, Denemarken als gidsland fiets is duidelijk een overstatement. Dan toch beter gidsland Nederland, waar de fietsinfrastructuur in steden als Nijmegen of Almere stukken beter is en waar de onlangs geopende ondergrondse fietsenstalling bij Utrecht Centraal de nieuwe fietsenstalling in bv. Vendersgade ver achter zich laat.

Dat alles maakt dat de fietsambassade in Kopenhagen misschien grote indruk kan maken op delegaties uit London, Moskou of zelfs Brussel, steden met een notoire achterstand in fietsbeleid, maar sommige Vlaamse steden scoren qua fietsinfrastructuur helemaal niet slecht in vergelijking met Kopenhagen.

volgende keer:  De verklaring.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s